ECLI:NL:GHARL:2019:4284
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag ouders als bewindvoerder van zoon wegens onvoldoende financieel beheer
De zaak betreft het hoger beroep tegen het ontslag van de ouders als bewindvoerders van hun zoon, die sinds een ongeval in 2005 niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen. De ouders werden in 2006 als bewindvoerders benoemd, maar de kantonrechter heeft hen in december 2018 ontslagen vanwege gewichtige redenen.
Het hof overweegt dat de ouders met goede bedoelingen hebben gehandeld, maar dat zij niet in staat zijn gebleken om de financiële belangen van hun zoon deugdelijk te beheren. Uit de stukken blijkt dat de uitgaven structureel hoger waren dan de inkomsten, waardoor het vermogen aanzienlijk is afgenomen. Er ontbreekt een gestructureerd plan van aanpak en inzicht in de actuele financiële situatie, ondanks de intentie van de ouders om verbetering aan te brengen.
De ouders konden geen concreet plan overleggen om de financiën te stabiliseren of te verbeteren. Het hof benadrukt dat een bewindvoerder niet alleen met goede bedoelingen moet handelen, maar ook financieel verantwoordelijk moet zijn en reserves moet opbouwen. De wens van de zoon om zijn ouders als bewindvoerders te houden kan niet worden gevolgd, mede omdat de benoeming van een professionele bewindvoerder in het belang van de financiële zorgvuldigheid is.
Het hof bekrachtigt daarom het ontslag van de ouders en handhaaft de benoeming van de professionele bewindvoerder. Tevens wordt de bewindvoerder opgedragen periodiek verslag te doen aan de kantonrechter over het bewind en de mogelijkheid te onderzoeken om de voorkeur van de zoon ten aanzien van bewindvoerders te honoreren.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van de ouders als bewindvoerders en handhaaft de benoeming van een professionele bewindvoerder.