Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep (200.253.792/01),
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
6 augustus 2018.
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
noodzakelijkis in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. Gelet hierop dient niet slechts te worden beoordeeld, zoals drs. [G] heeft gedaan, of het al dan niet in het belang van [de minderjarige1] is om bij één van zijn ouders te worden geplaatst, maar of het noodzakelijk is hem voor dag en nacht uit huis te plaatsen.
Die rustige, ontspannen benadering houdt onder andere in dat zijn primaire verzorgers (en andere belangrijke volwassenen) hem niet belasten met hun problemen, verdriet en andere emoties.
Er is sprake van een contact waarin wij elkaar niet goed lijken te vinden en begrijpen, wat nodig is om echt tot samenwerking met u te kunnen komen. Het is ons niet gelukt, ondanks meerdere pogingen hiertoe, om u dit zo uit te leggen dat u dit kunt begrijpen. Wanneer u geen helderheid krijgt, uit zich dit door veelvuldig dezelfde soort vragen stellen om zo te proberen alsnog die duidelijkheid te krijgen. In een gesprek is getracht het te visualiseren met twee sporen. Eén spoor waarop bijvoorbeeld de gezinstrainers zitten en uw spoor. En die sporen vinden elkaar niet hoe hard een ieder dit ook probeert."