ECLI:NL:GHARL:2019:4363
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verrekening van wederzijdse vorderingen na baggerwerkzaamheden tussen Schilder BV en Provincie Overijssel
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de Provincie Overijssel haar vordering op Schilder BV mocht verrekenen met een tegenvordering van Schilder, voortvloeiend uit een eerdere onherroepelijke uitspraak over baggerwerkzaamheden. De rechtbank had geoordeeld dat verrekening mogelijk was en Schilder veroordeeld tot terugbetaling van een teveel betaald bedrag.
Schilder betoogde in hoger beroep dat het gezag van gewijsde van het eerdere vonnis verrekening uitsloot, dat sprake was van schending van het recht op een onpartijdige rechter, misbruik van bevoegdheid, strijd met redelijkheid en billijkheid, en dat een verrekeningsverbod gold op grond van de UAV 1989. Het hof verwierp deze grieven, overwegende dat het eerdere vonnis geen uitspraak deed over verrekening, dat de rechters niet partijdig waren, en dat de wet en jurisprudentie verrekening toestaan wanneer aan de voorwaarden is voldaan.
Het hof benadrukte dat de verrekening terugwerkt tot het moment waarop de bevoegdheid ontstond, waardoor rente en verzuim vanaf dat moment niet meer verschuldigd zijn. Ook het beroep op een vermeend verrekeningsverbod op grond van de UAV 1989 faalde, omdat deze bepaling niet verplicht tot onmiddellijke inhouding van kortingen en verrekening op andere wijzen toestaat.
Uiteindelijk bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank, veroordeelde Schilder in de kosten van het hoger beroep en wees de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toe.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt Schilder in de kosten van het hoger beroep.