Uitspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
22 januari 2019
erven [X]te
[Z](hierna: belanghebbenden)
inspecteurvan de
Belastingdienst/kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2010, inclusief de daarbij behorende heffingsrente.
Tijdens de zitting op 17 januari 2019 te Arnhem bereikten partijen een compromis. De navorderingsaanslag en de heffingsrente werden gezamenlijk vastgesteld op een totaalbedrag van €99.584, conform het voorstel van de gemachtigde van de belanghebbenden. Tevens heeft de Inspecteur toegezegd de navorderingsaanslag die aan mevrouw [A] was opgelegd te vernietigen. De verkrijgingsprijs van de aanmerkelijkbelangaandelen zal nader in onderling overleg worden bepaald.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraken op bezwaar, stelde de aanslag en heffingsrente vast op het overeengekomen bedrag en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten ten gunste van de belanghebbenden. Ook werd de Inspecteur gelast het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep te vergoeden.
De uitspraak werd op 22 januari 2019 in het openbaar gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatieberoep bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het hof vernietigde de eerdere uitspraak en stelde de navorderingsaanslag en heffingsrente vast op €99.584 na compromis.