Uitspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
22 januari 2019
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (Zvw) over 2013 centraal. Belanghebbende is in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die de aanslagen en boetes had bevestigd.
Het hof oordeelt dat de primaire stelling van de Inspecteur, dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard vanwege het niet doen van de vereiste aangifte, niet slaagt. De verschuldigde IB/PVV van € 810 wordt als niet aanzienlijk beschouwd. Partijen zijn bij wijze van compromis overeengekomen dat de aanslag IB/PVV wordt vastgesteld op € 810 en de boete op € 200.
Verder stelt het hof de aanslag Zvw vast op € 350 en vermindert de belastingrente dienovereenkomstig. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, behoudens de beslissingen omtrent proceskostenvergoeding en griffierecht. De Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep en dient het betaalde griffierecht te vergoeden.
De uitspraak is op 22 januari 2019 in het openbaar gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij ook de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad is gewezen.
Uitkomst: Het hof stelt de aanslagen IB/PVV en Zvw 2013 vast op lagere bedragen, vermindert de boete en belastingrente, en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.