Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal welke schadevergoeding de verhuurders aan de huurder moesten betalen voor herstelkosten aan de woning en schade veroorzaakt door een boobytrap. In eerste aanleg had de rechtbank een lager bedrag toegekend.
Het hof verwees naar een eerder tussenarrest waarin reeds bedragen waren toegewezen voor de garagedeur, keuken en raamblinden. De verhuurders hadden afgezien van bewijslevering over de schade door de boobytrap, waardoor ook dat bedrag vaststond.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank uitsluitend voor zover het een lager bedrag dan €7.573,69 toekende en veroordeelde de verhuurders tot betaling van dit volledige bedrag, vermeerderd met wettelijke rente. De kosten van het incidenteel hoger beroep werden aan de zijde van de verhuurders opgelegd, terwijl de overige proceskosten werden gecompenseerd.
Deze uitspraak bevestigt dat het afzien van bewijslevering door een partij kan leiden tot vaststelling van het gevorderde bedrag en benadrukt het belang van volledige bewijsvoering in civiele procedures.
Uitkomst: Verhuurders worden veroordeeld tot betaling van €7.573,69 schadevergoeding en wettelijke rente aan huurder.