Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de rechthebbende of betrokkene,
Koers Bewindvoering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter die het verzoek van de rechthebbende tot ontslag van zijn moeder als bewindvoerder en mentor heeft afgewezen. De rechthebbende voert aan dat de langdurige onenigheid met zijn moeder een gewichtige reden vormt voor ontslag.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de onenigheid vooral voortkomt uit de beperkte financiële middelen die de moeder beschikbaar stelt, mede vanwege de verslavings- en psychische problematiek van de rechthebbende. Het hof oordeelt dat deze problematiek ook bij een andere bewindvoerder tot conflicten zal leiden en dat de onenigheid daardoor niet zal verminderen.
De moeder beheert de belangen van de rechthebbende al ruim vijftien jaar en wordt door betrokken hulpverleners gewaardeerd. Het hof concludeert dat er geen gewichtige redenen zijn voor ontslag en dat de moeder haar taken naar behoren vervult. De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en de kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot ontslag van de moeder als bewindvoerder en mentor wegens het ontbreken van gewichtige redenen.