ECLI:NL:GHARL:2019:5362
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie kentekenhouder bij parkeren zonder reële mogelijkheid tot staandehouding
In deze zaak is aan betrokkene als kentekenhouder een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren in strijd met een parkeerverbod. Betrokkene voerde aan dat de sanctie onterecht aan hem als kentekenhouder was opgelegd, omdat de bestuurder volgens hem staande had moeten worden gehouden.
De kantonrechter vernietigde de beslissing van de officier van justitie, maar het hof stelt dat op grond van artikel 5 van Pro de Wahv de sanctie aan de kentekenhouder mag worden opgelegd indien geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder bestond. Uit het dossier blijkt dat het voertuig geparkeerd stond zonder dat de bestuurder aanwezig was, zodat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond.
De stelling dat de bestuurder met de ambtenaar heeft gesproken is onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk. Het hof ziet geen aanleiding om nadere informatie in te winnen en bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de beschikking niet wordt vernietigd.
Uitkomst: De sanctie is terecht aan de kentekenhouder opgelegd en het hoger beroep wordt afgewezen.