Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder,
Samen Veilig Midden-Nederland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de kinderrechter die de gecertificeerde instelling (GI) machtigde tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind. De moeder verzocht het hof de machtiging te beperken tot 15 juli 2019 en de hoofdverblijfplaats van het kind vanaf die datum bij haar te bepalen. Tevens vroeg zij om een onafhankelijke deskundige te benoemen voor onderzoek op grond van artikel 810a Rv.
De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling haar standpunt gewijzigd en ziet af van toetsing van de rechtmatigheid van de machtiging over de periode van 12 februari tot 9 mei 2019. Hierdoor is zij niet-ontvankelijk verklaard in dat verzoek. Daarnaast is het verzoek om een onafhankelijke deskundige afgewezen omdat alle betrokken partijen, waaronder de GI en de raad voor de kinderbescherming, het eens zijn over het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie (NIFP).
Het hof oordeelt dat het belang van het kind zich verzet tegen benoeming van nog een deskundige en dat het verzoek van de moeder te vroeg komt. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt. De beschikking van de rechtbank wordt daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk en wijst haar verzoeken af, met compensatie van de proceskosten.