ECLI:NL:HR:2020:962

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2020
Publicatiedatum
28 mei 2020
Zaaknummer
19/04452
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 810a lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake uithuisplaatsing en deskundigenonderzoek

In deze zaak heeft de moeder cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een uithuisplaatsing. De gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland was verweerster in cassatie maar heeft geen verweerschrift ingediend.

De Hoge Raad heeft de klachten van de moeder over het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd. De beschikking werd op 29 mei 2020 door de raadsheren van Buchem-Spapens, Polak, Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door du Perron gegeven.

De procedure betrof een civielrechtelijke zaak binnen het personen- en familierecht, met als kern het verzoek om deskundigenonderzoek in het kader van een uithuisplaatsing. De Hoge Raad bevestigde de eerdere beslissingen van rechtbank en hof zonder nadere inhoudelijke motivering.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/04452
Datum29 mei 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,
tegen
de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de GI,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaken 474687 en 474693 van de rechtbank Midden-Nederland van 12 februari 2019;
de beschikking in de zaak 200.259.416 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 juli 2019.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De GI heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
29 mei 2020.