Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
moeder;
vader;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de omgangsregeling voor hun minderjarige kind na een gezagswijziging waarbij de vader het gezag alleen heeft gekregen. De rechtbank had eerder een omgangsregeling vastgesteld, maar de moeder en vader zijn het niet eens over de invulling, met name over de vakanties en feestdagen.
Het hof constateert een ernstig verstoorde communicatie tussen de ouders en een negatieve impact op de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Daarom acht het hof een omgangsregeling met de moeder van één weekend per veertien dagen in het belang van het kind, met uitbreiding tot maandagochtend om de overgang rustiger te laten verlopen.
Verder bepaalt het hof dat de ouders jaarlijks vóór 1 januari een vakantierooster opstellen, waarbij de vakanties en feestdagen gelijk verdeeld worden volgens een vastgesteld patroon. Het verzoek van de moeder om een bijzondere curator te benoemen wordt afgewezen, evenals haar hoger beroep tegen een tussenbeschikking. De kosten worden gecompenseerd gezien de relatie tussen partijen en het belang van het kind.
Uitkomst: Het hof stelt een omgangsregeling vast waarbij het kind om de veertien dagen een weekend bij de moeder verblijft en ouders jaarlijks een vakantierooster opstellen.