Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden ouders van vier minderjarige kinderen. In het echtscheidingsconvenant is een kinderalimentatie van €175 per kind per maand overeengekomen, welke door de rechtbank is vastgesteld en geïndexeerd. De man verzocht de rechtbank om nihilstelling van deze alimentatie wegens financiële problemen en vermeend misbruik van omstandigheden bij het sluiten van het convenant.
De rechtbank wees het verzoek af, waarna de man in hoger beroep ging. Het hof onderzocht het beroep op vernietiging van het convenant wegens misbruik van omstandigheden en concludeerde dat de man onvoldoende feiten had gesteld om dit aannemelijk te maken, mede omdat hij juridische bijstand had gehad.
Verder oordeelde het hof dat de alimentatieovereenkomst weliswaar een duidelijke wanverhouding vertoonde ten opzichte van de wettelijke maatstaven, maar dat de man onvoldoende bewijs leverde van zijn draagkrachttekort. Zijn financiële situatie en gezondheidsproblemen werden niet voldoende onderbouwd, en hij had nagelaten essentiële stukken zoals jaarrekeningen en sollicitatiebewijzen te overleggen.
Het hof stelde de ingangsdatum van een eventuele wijziging op 1 februari 2018 en wees het verzoek tot nihilstelling af. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en de proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd vanwege de aard van de procedure.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot nihilstelling van de kinderalimentatie af.