Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] hiermee onvoldoende inzicht verschaft in de geldstromen tussen [BV3] B.V.B.A. en [BV5] Ltd. Bovendien zijn deze verklaringen van [appellant] niet in overeenstemming met zijn handgeschreven verklaring. Daarin heeft hij immers medegedeeld dat [BV5] Ltd. geen bezittingen en schulden meer heeft. Voor dat verschil heeft [appellant] ter zitting desgevraagd ook geen verklaring kunnen geven.