Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €249,- opgelegd wegens een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom op 29 december 2016. Betrokkene ontkende de overtreding en voerde aan dat de meetapparatuur niet correct geijkt was. Het hof oordeelde dat de apparatuur wel correct was geijkt en dat de overtreding terecht was vastgesteld.
De kantonrechter had het beroep van betrokkene tegen de sanctie gegrond verklaard, maar het verzoek om een dwangsom tegen de officier van justitie afgewezen. Het hof stelde vast dat de officier van justitie de beslissing op het administratief beroep niet tijdig had genomen, ondanks het geven van een termijn voor het aanvullen van gronden. Hierdoor was de officier van justitie een dwangsom verschuldigd.
Het hof vernietigde het deel van het vonnis van de kantonrechter dat de dwangsom afwees en stelde vast dat de officier van justitie een dwangsom van €200,- verbeurd had. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de inleidende beschikking niet werd vernietigd. Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in openbare zitting.
Uitkomst: De officier van justitie is een dwangsom van €200,- verschuldigd wegens niet-tijdige beslissing op het administratief beroep.