Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de gemeente Nijmegen (hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende stelde bezwaar en beroep in tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €530.000 voor het jaar 2017, naar de toestand op 1 januari 2017. De woning was in 2016 verbouwd en gerenoveerd, waardoor de waarde was gestegen ten opzichte van de aankoopprijs in juni 2015 van €485.000. De heffingsambtenaar hield vast aan de hogere waarde, waarop de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bevestigde het hof dat de waarde moet worden bepaald naar de staat van de woning op 1 januari 2017, na de verbouwing, maar op basis van marktomstandigheden op 1 januari 2016. Het hof vond de waardevermeerdering van ten minste €45.000 door de verbouwing aannemelijk en verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat de vergelijkbare woningen niet vergelijkbaar waren qua renovatie.
Belanghebbende voerde ook aan dat het gebruik van het woord 'enquêteformulier' misleidend was en dat toezeggingen over het gelijkheidsbeginsel niet waren nagekomen. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van misleiding en dat de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de WOZ-waardebepaling van €530.000 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.