Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In eerste aanleg werd bezwaar gemaakt tegen de boedelbeschrijving en uitdelingslijst van een nalatenschap, maar dit verzoek werd door de kantonrechter afgewezen. Appellant kwam hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 4:218 lid 5 BW Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad geen hoger beroep mogelijk is tegen de beslissing van de kantonrechter die het verzet tegen een uitdelingslijst niet honoreert. Alleen beroep in cassatie staat open binnen acht dagen na de beschikking.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Omdat appellant ondanks schriftelijke waarschuwing het hoger beroep doorzette, veroordeelt het hof appellant in de proceskosten van het hoger beroep. De kosten worden vastgesteld op €1.074 aan salaris advocaat, vermeerderd met nakosten en wettelijke rente.
De beschikking is in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Kuiper, Zandbergen en Smit op 12 september 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.