AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek ambtshalve vermindering omzetbelasting over 2008 en 2009
Lifestyle Supplies B.V., een groothandel in voedings- en genotsmiddelen, vordert teruggave van te veel betaalde omzetbelasting over de jaren 2008 en 2009. Zij heeft 19% omzetbelasting betaald over capsules met lachgas, terwijl zij meent dat het verlaagde tarief van 6% van toepassing is. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van Lifestyle niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van bezwaarschriften.
Lifestyle heeft vervolgens via meerdere brieven aan de Belastingdienst verzocht om ambtshalve vermindering van de voldane omzetbelasting op grond van artikel 65 AlgemenePro wet inzake rijksbelastingen (AWR). De Inspecteur heeft deze verzoeken afgewezen. Omdat tegen besluiten ex artikel 65 AWRPro geen bezwaar en beroep openstaat, is de civiele rechter bevoegd om de rechtmatigheid van het besluit te toetsen.
Het hof bevestigt dat de Ontvanger geen rol heeft bij de ambtshalve vermindering, waardoor de vorderingen tegen hem worden afgewezen. Het hof is bekend met een lopend hoger beroep bij het team belastingrecht van het hof over naheffingsaanslagen omzetbelasting over de periode 2012-2016, waarin is geoordeeld dat Lifestyle ten onrechte het verlaagde tarief hanteerde.
Gezien de relevantie van die uitspraak voor de onderhavige zaak, houdt het hof de zaak aan in afwachting van de einduitspraak in dat hoger beroep. Lifestyle krijgt de gelegenheid om de einduitspraak in te brengen en zich uit te laten over de gevolgen daarvan, waarna de Staat kan reageren. De zaak wordt verwezen naar de rol van 3 maart 2020 voor verdere procedure.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan in afwachting van de einduitspraak in een gerelateerde belastingprocedure.
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Lifestyle Supplies B.V.,
gevestigd te Borne,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
advocaat: mr. C.G. Mensink,
tegen:
1.de Ontvanger van de Belastingdienst Oost / Kantoor Enschede,
gevestigd te Enschede,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
de Staat der Nederlanden, het ministerie van Financiën, Directoraat-Generaal Belastingdienst,
gevestigd te Den Haag,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
advocaat: mrs. W.I. Wisman.
Appellante zal hierna Lifestyle worden genoemd. Geïntimeerde sub 1 zal hierna de Ontvanger, geïntimeerde sub 2 de Staat en geïntimeerden gezamenlijk zullen de Ontvanger c.s. worden genoemd.
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
1.1
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 12 juni 2018 hier over.
1.2
Het verdere verloop blijkt uit:
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 19 september 2018;
- de memorie van grieven (met producties);
- de memorie van antwoord;
- het schriftelijk pleidooi van Lifestyle;
- het schriftelijk pleidooi van de Ontvanger c.s. (met productie).
1.3
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
2.De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.8 van het tussenvonnis van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, van 11 juli 2017.
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1
Lifestyle is een groothandel in voedings- en genotsmiddelen en consumentenartikelen. Zij verkoopt onder meer capsules met N₂O (lachgas). In geschil is of Lifestyle recht heeft op teruggave van op eigen aangifte voldane omzetbelasting over de jaren 2008 en 2009. In die jaren heeft Lifestyle over de capsules een percentage van 19% aan omzetbelasting afgedragen. Volgens Lifestyle is echter een percentage van 6% van toepassing op de capsules. Lifestyle legt aan haar vordering onrechtmatig handelen van de Ontvanger c.s. ten grondslag. De teveel betaalde omzetbelasting heeft Lifestyle als schade gevorderd.
3.2
De rechtbank Gelderland, sector belastingrecht, heeft bij mondelinge uitspraak van 19 juli 2016 het beroep van Lifestyle ten aanzien van de op eigen aangifte afgedragen omzetbelasting over 2008 en 2009 niet-ontvankelijk c.q. ongegrond verklaard, omdat Lifestyle de bezwaarschriften niet tijdig heeft ingediend. Lifestyle heeft naast deze bestuursrechtelijke procedure door middel van meerdere brieven aan de belastingdienst verzocht om teruggave van de volgens haar ten onrechte afgedragen omzetbelasting over (onder meer) 2008 en 2009. Die brieven van Lifestyle kwalificeert het hof als verzoeken tot ambtshalve vermindering van de voldane omzetbelasting in de zin van artikel 65 AlgemenePro wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). De Inspecteur van de belastingdienst (hierna: de Inspecteur) heeft die verzoeken afgewezen.
3.3
Op grond van artikel 65 lid 1 AWRPro kan een onjuiste belastingaanslag of beschikking door de Inspecteur ambtshalve worden verminderd en kan een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf door hem ambtshalve worden verleend. Ingevolge artikel 65 lid 2 AWRPro is het eerste lid van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die een onjuist bedrag op aangifte heeft voldaan of afgedragen, of van wie een onjuist bedrag is ingehouden. De Inspecteur kan de ambtshalve vermindering of teruggaaf van belasting uit eigen beweging of op verzoek verlenen (zie het Besluit ambtshalve verminderen of teruggeven (oud) en het Besluit Fiscaal Bestuursrecht). Een besluit van de Inspecteur ex artikel 65 AWRPro is een ingevolge de belastingwet genomen besluit, waartegen op grond van artikel 26 lid 1 AWRPro geen bezwaar en beroep open staat (zie Hoge Raad 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1797). Dat brengt mee dat de beslissing over de rechtmatigheid van dat besluit tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechter behoort.
3.4
Lifestyle heeft de Ontvanger in dit hoger beroep betrokken. De kantonrechter heeft de vorderingen van Lifestyle voor zover deze zich richten tegen de Ontvanger afgewezen, omdat Lifestyle niet (gemotiveerd) heeft gesteld dat de Ontvanger een rol c.q. taak heeft bij de ambtshalve teruggaaf van belastingen. Daartegen heeft Lifestyle geen grief gericht. Daarom zal de afwijzing van de vorderingen van Lifestyle op de Ontvanger worden bekrachtigd.
3.5
Het hof is ambtshalve bekend met het hoger beroep bij dit hof van Lifestyle tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, sector belastingrecht, van 13 mei 2019, gewezen tussen onder meer Lifestyle als eiseres en de Inspecteur als verweerder (zaaknummers rechtbank: AWB 17/5343 en 17/5344, ECLI:NL:RBGEL:2019:2038). Dit hoger beroep is bij het team belastingrecht van dit hof bekend onder de zaaknummers 19/00701 en 19/00702. Uit de uitspraak van de rechtbank blijkt dat de Inspecteur aan Lifestyle onder meer naheffingsaanslagen omzetbelasting heeft opgelegd over de periode 2012 tot en met 2016. Deze naheffingsaanslagen zien onder meer op te weinig voldane omzetbelasting over de capsules met N₂O. De rechtbank heeft geoordeeld dat Lifestyle wat betreft die capsules ten onrechte het verlaagde tarief van 6% heeft gehanteerd en dat de naheffingsaanslagen in zoverre terecht zijn opgelegd.
3.6
Omdat de uitkomst van het bij het team belastingrecht van dit hof aanhangige hoger beroep relevant kan zijn voor de uitkomst van de onderhavige zaak, zal het hof de zaak aanhouden in afwachting van de einduitspraak in dat hoger beroep. Lifestyle zal in de gelegenheid worden gesteld de einduitspraak in die zaak bij akte in het geding te brengen. Bij diezelfde akte kan Lifestyle zich ook uitlaten over de gevolgen van deze uitspraak voor de onderhavige zaak. Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol van 3 maart 2020 voor akte aan de zijde van Lifestyle. Indien de einduitspraak op dat moment nog niet is gewezen, zal Lifestyle dat op die roldatum aan het hof berichten en een verzoek tot uitstel van het nemen van de akte doen. Indien de einduitspraak eerder is gedaan kan de akte eerder worden genomen. Na het nemen van de akte door Lifestyle zal de Staat in de gelegenheid worden gesteld om bij antwoordakte te reageren.
4.De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak naar de roldatum 3 maart 2020voor akte aan de zijde van Lifestyle zoals bedoeld in rov. 3.6;
bepaalt dat de Staat na het nemen van de akte door Lifestyle op een termijn van 4 wekenbij antwoordakte in de gelegenheid wordt gesteld te reageren zoals bedoeld in rov. 3.6;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. L.J. de Kerpel-van de Poel, J. van de Merwe en B.J. Engberts en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2019.