Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
Beoordeling
Kamerstukken II1987/88, 20329, nr. 3, p. 41).
Stb. 1997, 240) is in de memorie van toelichting als volgt toegelicht: "De redactie van artikel 5 («kan worden vastgesteld»), zo is in de praktijk gebleken, laat ruimte voor de interpretatie dat de politie-ambtenaar in een bepaald geval een onderzoek zou moeten instellen wie de bestuurder is, alvorens de beschikking zou kunnen worden opgelegd. Dat is nimmer de bedoeling van het bepaalde in dit artikel geweest. Thans wordt voorgesteld de tekst van artikel 5 aldus Pro aan te passen dat de hiervoor vermelde suggestie niet meer kan worden gewekt. Indien een politie-ambtenaar, om bij hetzelfde voorbeeld te blijven, een parkeerovertreding op kenteken constateert, kan gezegd worden dat dan «niet aanstonds is vastgesteld wie de bestuurder is». Voorgesteld wordt dan ook om deze laatste terminologie in artikel 5 op Pro te nemen. De (nieuwe) redactie van artikel 5, zo merken wij voor alle duidelijkheid op, ziet op de gevallen waarin verkeersovertredingen al dan niet met technische hulpmiddelen worden geconstateerd zonder dat er voor de politie een reële mogelijkheid bestaat tot staande-houding van de bestuurder." (
Kamerstukken II1993/94, 23689, nr. 3, p. 3).