ECLI:NL:GHARL:2020:7908
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete op kentekenhouder bij fout parkeren zonder vaststelling bestuurder
De betrokkene maakte bezwaar tegen een boete opgelegd wegens het niet gebruiken van de rijbaan met een stilstaand voertuig. De kantonrechter vernietigde de beslissing van de officier van justitie en verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond. De betrokkene stelde dat de bekeuring ten onrechte op kenteken was opgelegd omdat de bestuurder zich direct kenbaar had gemaakt.
Het hof overwoog dat artikel 5 van Pro de Wahv bepaalt dat als niet aanstonds is vastgesteld wie de bestuurder was, de sanctie aan de kentekenhouder wordt opgelegd. Uit jurisprudentie volgt dat als de ambtenaar de bestuurder direct kan identificeren, hij tot staandehouding moet overgaan. In deze zaak was geen sprake van een dergelijke confrontatie; de ambtenaar werd aangesproken door iemand die zich als eigenaar meldde, maar niet als bestuurder.
Daarom was de boete terecht aan de kentekenhouder opgelegd. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete aan de kentekenhouder en wijst het beroep van de betrokkene af.