Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.De slotsom
€ 1.521,50
318,00
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de opzegging van een bruikleenovereenkomst voor een dakterras centraal. Appellant had het dakterras ongeveer twintig jaar geleden in bruikleen gegeven aan geïntimeerde 1 en diens huurder geïntimeerde 2. Na geschillen en vermeende schade heeft appellant de bruikleenovereenkomst per brief van 18 september 2015 opgezegd met een opzegtermijn van een maand. De rechtbank wees de vorderingen tegen geïntimeerden af, omdat niet was vastgesteld dat zij zich niet als goed huisvader hadden gedragen.
Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de bruikleenovereenkomst te allen tijde met een redelijke termijn opzegbaar was, zonder dat een zwaarwegende grond vereist was. Het hof oordeelde dat de overeenkomst inderdaad in beginsel opzegbaar is, ook gezien de aard van bruikleen, en dat de belangen van geïntimeerden niet zwaarder wegen dan het recht van appellant om op te zeggen.
Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en machtigde appellant om het dakterras te laten verwijderen, met een termijn van minimaal twee weken na betekening van het arrest. Geïntimeerden werden bevolen medewerking te verlenen en het dak niet meer te betreden, onder dreiging van een dwangsom. Tevens werden zij veroordeeld in de proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat appellant de bruikleenovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd en machtigt hem tot verwijdering van het dakterras met dwangsom bij niet-naleving.