Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
ontvangervan
de Belastingdienst/kantoor Utrecht(hierna: de Ontvanger)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was het niet eens met de invorderingsrente die de Belastingdienst aan haar had opgelegd voor drie naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen over 2011 en de tijdvakken april en mei 2012. De bezwaren werden door de ontvanger niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, maar de rechtbank Gelderland verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraken op bezwaar.
In hoger beroep stond centraal of de invorderingsrente terecht en correct was berekend, waarbij niet in geschil was dat de hoorplicht was geschonden en de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk waren verklaard. Belanghebbende had tijdens de beroepsfase brieven overgelegd met verzoeken om verrekening, aanvankelijk niet ondertekend, later wel voorzien van ontvangststempel.
Het hof oordeelde dat belanghebbende zou worden benadeeld als het zelf zou voorzien in de zaak, mede omdat onduidelijk was hoe de naheffingsaanslagen, boeten en heffingsrente waren betaald of verrekend. Daarom wees het hof de zaak terug naar de ontvanger om de gemachtigde van belanghebbende op juiste wijze te horen en de uitstaande vraagpunten te bespreken.
Het hof veroordeelde de ontvanger tot vergoeding van het griffierecht en bevestigde de proceskostenvergoeding toegekend door de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door het hof te Arnhem op 15 oktober 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen naar de ontvanger voor hernieuwde behandeling.