Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Lambertus Theodorus Lonis,
de curator,
1. [geïntimeerde1] ,
2. [geïntimeerde2] B.V.,
3. [geïntimeerde3] ,
4. [geïntimeerde4] B.V.,
5. [geïntimeerde5] ,
6. [geïntimeerde6] B.V.,
[geïntimeerden] c.s.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 22 oktober 2019 arrest gewezen in een hoger beroep betreffende de aansprakelijkheid van (indirecte) bestuurders voor het boedeltekort van failliete vennootschappen. De curator vorderde betaling van het tekort op grond van artikel 2:248 BW Pro wegens schending van de boekhoudplicht.
Het hof stelde vast dat het bewijsvermoeden van schending van de boekhoudplicht niet was weerlegd door de bestuurders, die een beroep op disculpatie deden. Dit beroep werd verworpen. Ook zag het hof geen aanleiding tot matiging van de aansprakelijkheid. Daarnaast oordeelde het hof dat er voldoende grond was om een voorschot op de boedeltekortvordering toe te wijzen.
Na het arrest van 24 september 2019 werd een verzoek tot herstel en aanvulling van het arrest ingediend, waarbij correcties werden aangebracht in terminologie en wetsartikelen. Tevens werd het arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard, ondanks bezwaar van de bestuurders. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheren Janse, Smit en Roorda.
Uitkomst: Bestuurders worden aansprakelijk gehouden voor het boedeltekort en het arrest wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.