Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
29 oktober 2019
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaar van de gemeente Hardenberg(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-één-kapwoning in Hardenberg, waarvan de WOZ-waarde voor 2017 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €176.000. Tegen deze vaststelling en de daarop gebaseerde aanslag OZB heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank, die eveneens de vastgestelde waarde handhaafde.
Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting op 10 oktober 2019 werden de standpunten van partijen besproken, waarbij belanghebbende een taxatierapport overlegde dat een lagere waarde van €152.000 suggereerde. De heffingsambtenaar gebruikte een taxatiematrix met drie referentieobjecten die voldoende vergelijkbaar werden geacht.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de referentieobjecten en de onroerende zaak, en dat belanghebbende onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van waardedruk vanwege de houtskeletbouw van de woning. Het hof concludeerde dat de vastgestelde waarde niet te hoog was en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €176.000 wordt bevestigd.