ECLI:NL:RBNHO:2020:6100
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en beroep op gelijkheidsbeginsel afgewezen
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en voerde aan dat de waarde onjuist was vastgesteld en in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Hij stelde dat zijn woning vergelijkbaar is met andere woningen aan dezelfde straat, ontworpen door dezelfde architect, en dat deze woningen dezelfde WOZ-waarde zouden moeten hebben. Daarnaast klaagde hij over de afhandeling van zijn bezwaar.
Verweerder stelde dat de waarde correct was vastgesteld op basis van een taxatierapport met een waardematrix en dat hoekwoningen niet vergelijkbaar zijn met twee-onder-één-kapwoningen. De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden. Ook werd geoordeeld dat de afhandeling van het bezwaar zorgvuldig is verlopen.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en verklaarde het ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door rechter C. Maas op 21 juli 2020 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.