Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 02 september 2017 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht in een pand gelegen aan de [adres 2] te [plaats] , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk (omstreeks 05:00 uur):
hij op of omstreeks 02 september 2017 te [plaats] , opzettelijk en wederrechtelijk een ruitje in de deur van een ophoudkamer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Politie, Eenheid Midden-Nederland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.
Overweging met betrekking tot het bewijs
Bewezenverklaring
hij op 02 september 2017 te [plaats] opzettelijk brand heeft gesticht in een pand gelegen aan de [adres 2] te [plaats] , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk (omstreeks 05:00 uur):
hij op 02 september 2017 te [plaats] , opzettelijk en wederrechtelijk een ruitje in de deur van een ophoudkamer, toebehorende aan de Politie, Eenheid Midden‑Nederland, heeft vernield.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
en
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar te duchten is.
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en/of maatregel
Opheffing voorlopige hechtenis
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
1440 (duizend vierhonderdveertig) dagen.
833 (achthonderddrieëndertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat:
dadelijk uitvoerbaarzijn.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.000,00 (duizend euro) aan immateriële schadeaf.
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.