Op 2 september 2017 heeft verdachte opzettelijk brand gesticht in zijn woning te Lelystad door vuur bij een zitbank te brengen en de gasslang van het fornuis los te koppelen, waardoor gevaar ontstond voor de woning, inboedel en levens van aanwezigen. Tevens vernielde hij een ruitje van een politiekamer.
De rechtbank baseerde haar oordeel op getuigenverklaringen, sporenonderzoek en de bekennende verklaring van verdachte. Er was geen technische oorzaak voor de brand en de brandhaard lag bij de zitbank. Verdachte was op het moment van de brand de enige die de brand kon hebben veroorzaakt.
Psychiatrische rapporten stelden vast dat verdachte leed aan een bipolaire stoornis, alcoholafhankelijkheid en mogelijk een autismespectrumstoornis, maar hij werd toch volledig verantwoordelijk gehouden. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 4 jaar op, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, inclusief bijzondere voorwaarden gericht op behandeling.
De benadeelde partij vorderde materiële en immateriële schade. De rechtbank kende €1.500,- immateriële schade toe met wettelijke rente en wees de materiële schade toe aan de burgerlijke rechter. Verdachte werd veroordeeld tot betaling en kosten.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 29 december 2017.