Uitspraak
[verzoeker] ,
€ 550,00 +
8.305,00 (zevenduizend zevenhonderdvijfenvijftig euro).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker, die na een strafzaak zonder oplegging van straf of maatregel werd vrijgesproken, vroeg vergoeding van immateriële schade en kosten als gevolg van zijn detentie. Hij verbleef 3 dagen in verzekering en 93 dagen in voorlopige hechtenis.
Het hof behandelde het verzoek in openbare raadkamer waarbij zowel verzoeker als de advocaat-generaal werden gehoord. Het hof oordeelde dat op grond van billijkheid een vergoeding voor immateriële schade passend is, gebaseerd op gangbare dagtarieven voor verblijf in verzekering en Huis van Bewaring.
Daarnaast werd geoordeeld dat de kosten voor de behandeling van het verzoek in raadkamer ook vergoed dienen te worden, ondanks dat de advocaat-generaal meende dat alleen de indieningskosten vergoed konden worden. Het hof stelde dat het Landelijk Strafprocesreglement geen bevoegdheid geeft om af te wijken van de wettelijke verplichting tot behandeling in openbare raadkamer met oproeping van partijen.
Uiteindelijk kende het hof een totale vergoeding van €8.305 toe, bestaande uit €7.755 voor immateriële schade en €550 voor proceskosten. De beslissing werd op 5 november 2019 in openbare zitting uitgesproken.
Uitkomst: Het hof kent verzoeker een schadevergoeding van €8.305 toe voor immateriële schade en proceskosten.