Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
heffingsambtenaarvan de gemeente Dinkelland (hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake de WOZ-waarde van een melkveebedrijf met bedrijfswoning te [Z]. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op € 783.000, na bezwaar verlaagd tot € 748.000. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was en vorderde een correctie tot € 597.000, mede vanwege de crisis in de melkveehouderij.
Het hof oordeelde dat de gebruikte taxatiewijzers als uitgangspunt juist waren en dat de waardering van de ligboxenstal door de heffingsambtenaar, die rekening hield met renovaties en nieuwbouw, voldoende onderbouwd was. De stelling van belanghebbende om de eenheidsprijs van het oorspronkelijke bouwjaar toe te passen op de gehele stal werd verworpen omdat een deel nieuwbouw betreft. Daarnaast vond het hof geen aanleiding voor een extra correctie vanwege de crisis in de melkveehouderij, omdat deze al in de taxatiewijzer was verwerkt.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase bevestigde het hof de eerdere beslissing van de rechtbank dat de vergoeding van € 1.244,20 passend was. Het beroep van belanghebbende op een hogere vergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden die een hogere wegingsfactor rechtvaardigen.
Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 748.000 bevestigd met een proceskostenvergoeding van € 1.244,20 in de bezwaarfase.