Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant 1] ,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
We bieden u een compensatie voor uw verlies aan van € 583.157 voor uw
We nemen al uw resterende beleggingen in de Fondsen over voor een totaalbedrag van
We beëindigen het geschil over de Fondsen. De exacte afspraken hierover worden
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling in hoger beroep
subscription agreementsmet fondsen te doen verklaren dat voor zover zij voor derden kocht, deze derden de
subscription agreementen/of het prospectus hadden bestudeerd en/of hadden ontvangen, zonder de desbetreffende prospectussen aan haar deelnemende cliënten ter beschikking te stellen (rov. 4.3.52);
zijngebracht op het overnamebedrag (cursief: hof). Deze laatste mededeling wordt gevolgd door de mededeling dat de deelnemingen in de resterende fondsen worden overgenomen voor een bedrag van € 412.209,00 inclusief wettelijke rente tot 31 december 2015. Hierbij wordt ook nog vermeld dat de bedragen die betaald worden wellicht hoger zullen zijn, omdat daarbij nog de wettelijke rente vanaf 31 december 2015 opgeteld dient te worden.
zijngebracht). Deze indruk wordt versterkt door de (ook in bijlage 1 en in de vaststellingsovereenkomst voorkomende) mededeling dat de bedragen wellicht hoger zullen zijn (en niet lager). De bank heeft met deze tekst dus de nodige onduidelijkheid geschapen, hetgeen temeer opmerkelijk is in het licht van de door rechtbank in het vonnis van 30 januari 2013 vastgestelde toerekenbare tekortkomingen tegenover haar cliënten, waaronder [appellanten] Dit wordt door de bank ook erkend: zij geeft aan dat zij in bijlage 3 per abuis heeft vermeld dat de bedragen in mindering ‘
zijn gebracht’, terwijl dat had moeten zijn ‘
worden gebracht’. Gelet op de bijzondere zorgplicht van de bank als professionele en de op dit terrein bij uitstek deskundig te achten dienstverlener tegenover [appellanten] als particuliere belegger alsmede de aansprakelijkheid van de bank op grond van de hiervoor genoemde, door de rechtbank vastgestelde tekortkomingen, had het op de weg van de bank gelegen om haar voorstel aan [appellanten] zorgvuldig, duidelijk en juist te formuleren, zodanig dat dit niet voor meerdere uitleg vatbaar is. Aangezien de bank ten tijde van het doen van het voorstel aan [appellanten] de meest recente gegevens met betrekking tot de beleggingen van [appellanten] tot haar beschikking had, had tenminste van haar mogen worden verwacht dat zij in het voorstel het juiste overnamebedrag (dus na aftrek van ontvangen opbrengsten na 31 december 2014) had opgenomen, juist om iedere verdere verwarring of discussie te voorkomen.
zijngebracht, bij hen het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat de bank hen voor de overname van de fondsen het bedrag van € 412.209,00 zou voldoen.