Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
is [geïntimeerde] in het verleden al beschuldigd van onbehoorlijk bestuur m.b.t. [bedrijf 5] B.V.. Tot mijn grote verbazing is het kennelijk voor gemeente [gemeente ] geen belemmering om iemand die niet kan besturen, aan te stellen in het bestuur van een gemeente. Dit roept bij mij al grote vragen op? Kennelijk bij gemeente [gemeente ] niet... Wat ik erg bijzonder vind.
[ [partner] , toev. hof]en daarna de locatie manager [bestuurder]
[ [bestuurder] , toev.hof], die slechts 1 maand directeur is geweest van het toneel. En er wordt een interim manager aangesteld, die als “directeur” naar voren wordt geschoven, maar helaas niet het niveau heeft van een manager of directeur. Hij heeft het niveau van een marionet. Dit blijkt uit alles: acties, incidenten, communicatie zowel verbaal als schriftelijk.
er is bewijs van de feiten die ik in deze e-mail stel.
3.Het geschil en de beslissing bij de voorzieningenrechter
4.Het geschil en de beslissing in hoger beroep
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
voor zover(cursivering hof) [appellante] daarin heeft gesteld dat [geïntimeerde] zich schuldig heeft gemaakt aan (dreigende) belangenverstrengeling, is de formulering niet te ruim en kan deze zo in stand blijven.