Uitspraak
Paas Totaalafbouw,
Schuler Beheer,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Paas Totaalafbouw B.V. huurde vanaf 1 januari 2015 een bedrijfsruimte met een schriftelijke huurovereenkomst die niet tussentijds kon worden opgezegd. Na het einde van de samenwerking werden de aandelen van Schuler Beheer in Paas & Schuler Totaalafbouw verkocht aan Paas Beheer, waarna de naam werd gewijzigd in Paas Totaalafbouw.
Ondanks de niet-opzegbare huurovereenkomst zegde Paas namens de vennootschap de huur op, wat leidde tot een veroordeling tot betaling van achterstallige huur en bijkomende kosten aan de verhuurder. Paas Totaalafbouw vorderde vervolgens deze kosten als schadevergoeding van Schuler Beheer wegens onjuiste mededelingen over de opzegbaarheid van de huurovereenkomst.
Het hof oordeelt dat Paas Totaalafbouw, die zelf de huurovereenkomst is aangegaan, niet misleid kan zijn door onjuiste verklaringen van haar voormalige aandeelhouder. Bovendien kan de huur die verschuldigd was tot het einde van de overeenkomst niet als schade worden toegerekend aan de mededelingen. De vordering wordt daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Paas Totaalafbouw wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest is gewezen door mr. M.W. Zandbergen, mr. L. Janse en H. de Hek en uitgesproken op 5 november 2019.
Uitkomst: De vordering van Paas Totaalafbouw tot schadevergoeding wegens onjuiste mededelingen wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.