Belanghebbende, bedlegerig en hulpbehoevend door ernstige aandoeningen, ontvangt WIA- en Wajong-uitkeringen met verhogingen wegens hulpbehoevendheid. Deze verhogingen zijn door de Belastingdienst als belastbaar inkomen aangemerkt, wat leidt tot een stijging van het verzamelinkomen en verlies van inkomensafhankelijke regelingen.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van belanghebbende voor 2014, maar wees het beroep over 2015 af. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen beide uitspraken. Het hof onderzocht de fiscale kwalificatie van de verhogingen en het vertrouwensbeginsel, en concludeerde dat de verhogingen terecht als belastbaar inkomen zijn aangemerkt.
Echter, het hof erkende dat de keuze van de wetgever leidt tot een individuele en buitensporige last voor belanghebbende, gezien haar schrijnende situatie en de financiële nadelen die zij ondervindt. Daarom verleende het hof rechtsherstel door het belastbaar inkomen en verzamelinkomen voor 2014 en 2015 aanzienlijk te verlagen. Het verzoek om aanvullende schadevergoeding werd afgewezen, en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.