Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoeker],
verzoekers in hoger beroep,
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
1.1. Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of vervangende toestemming voor medische behandeling van een minderjarige kon worden verleend. De minderjarige kampte met aanhoudende buikklachten en de gecertificeerde instelling (GI) verzocht om toestemming voor onderzoek en behandeling door een kinderarts. De ouders, gezamenlijk gezagdragend, weigerden expliciet geen toestemming, maar er was sprake van moeizame communicatie.
De rechtbank had eerder vervangende toestemming verleend, maar het hof stelde vast dat de GI niet ondubbelzinnig en concreet toestemming had gevraagd aan de ouders, wat een vereiste is volgens artikel 1:265h lid 1 BW. Omdat geen duidelijke weigering van de ouders was gebleken, was het verzoek van de GI niet gegrond.
Het hof oordeelde dat de ouders de zorgen over de gezondheid van de minderjarige deelden en de inschakeling van een kinderarts wenselijk vonden. De eerdere beschikking werd vernietigd en het verzoek tot vervangende toestemming werd afgewezen. Hiermee werd het belang van ouderlijke toestemming en zorgvuldige communicatie benadrukt.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking die vervangende toestemming gaf en wijst het verzoek van de gecertificeerde instelling af wegens ontbreken ondubbelzinnige weigering van de ouders.