Partijen zijn in 2010 gescheiden en maakten afspraken over kinderalimentatie voor hun minderjarige kind. De vrouw verzocht om verhoging van de alimentatie wegens gewijzigde omstandigheden, waaronder gestegen inkomens van beide partijen en het feit dat de meerderjarige kinderen niet langer alimentatie behoeven.
De rechtbank wees het verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing, maar het hof oordeelde dat er sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigt. Het hof stelde de ingangsdatum van de gewijzigde alimentatie vast op 1 juni 2020, de eerste dag na ontvangst van het beroepschrift met producties.
De behoefte van het kind werd vastgesteld op €381 per maand, gebaseerd op het netto besteedbaar gezinsinkomen uit 2009 geïndexeerd naar 2020. De draagkracht van beide ouders werd berekend op respectievelijk €482 en €485 per maand. Op grond van deze draagkrachtverdeling moet de man €190 per maand betalen. De kosten van het geding worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.