ECLI:NL:GHARL:2020:10606
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing administratieve sanctie wegens negeren rood verkeerslicht
De betrokkene stelde in hoger beroep dat het proces-verbaal van de zitting bij de kantonrechter onvoldoende was, omdat het niet duidelijk maakte welke argumenten tot de beslissing van de officier van justitie hadden geleid. Het hof oordeelde dat het proces-verbaal inderdaad niet voldeed aan de wettelijke eisen en dat de beslissing van de kantonrechter daarom vernietigd moest worden.
Inhoudelijk betwistte de gemachtigde van de betrokkene de bevoegdheid van de ambtenaar die de sanctie oplegde, omdat diens akte van aanstelling niet was gepubliceerd en verzoeken om inzage werden geweigerd. Het hof stelde echter dat het ontbreken van publicatie en het niet in behandeling nemen van Wob-verzoeken onvoldoende zijn om aan de bevoegdheid te twijfelen.
Verder voerde de gemachtigde aan dat de vaststelling van de roodtijd van 15 seconden onduidelijk was en dat de verklaring van de ambtenaar onvoldoende onderbouwd was. Het hof vond de verklaring van de ambtenaar echter geloofwaardig en oordeelde dat de gedraging voldoende vaststond. De ontkenning door de betrokkene en de stelling dat de ambtenaar een conflicterende rijrichting had, waren onvoldoende onderbouwd.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie werd inhoudelijk beoordeeld en verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sanctie wegens negeren van het rode verkeerslicht blijft gehandhaafd.