Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant] ,
[appellante],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de opzegging van een mondelinge overeenkomst voor het gebruik van een perceel grond en de huurovereenkomst van een woonruimte. De verhuurders hebben het gebruik van het perceel opgezegd per 1 oktober 2018 en de huur van de woonruimte per 1 januari 2019 wegens vermeend slecht huurderschap en dringend eigen gebruik.
De kantonrechter wees de beëindigingsvordering voor de woonruimte af en verlengde de huurovereenkomst met één jaar. Voor het perceel grond oordeelde de kantonrechter dat het een huurovereenkomst betrof die niet woon- of bedrijfsruimte is, en dat deze overeenkomst rechtsgeldig was opgezegd.
In hoger beroep betwistten de huurders dat het gebruik van het perceel grond los stond van de woonruimte en stelden zij dat het een huurovereenkomst betrof met dezelfde opzegbescherming als woonruimte. Het hof oordeelde echter dat het perceel grond een zelfstandige duurovereenkomst voor onbepaalde tijd betreft die opzegbaar is met inachtneming van een redelijke termijn, welke hier is gerespecteerd.
De verlenging van de huurovereenkomst woonruimte met één jaar werd door het hof bevestigd vanwege de toekomstplannen van verhuurders, waaronder dringend eigen gebruik en gezondheidsredenen. De vordering tot het opleggen van een dwangsom bij ontruiming van het perceel werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Het hoger beroep van de huurders faalt en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd, waarbij de huurders worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van de huurders wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.