ECLI:NL:GHARL:2020:10743
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling erfpachtrecht op appartement uit Russische nalatenschap binnen gemeenschap van goederen
Het geschil betreft de vraag of een door de vrouw geërfd erfpachtrecht op een appartement in Rusland binnen de gemeenschap van goederen valt. De man betwistte toepassing van artikel 1:94 lid Pro 2, aanhef en onder a (oud) BW vanwege ongelijke behandeling van buitenlandse erflaters, maar het hof oordeelde dat dit onderscheid niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
De vrouw voerde aan dat haar moeder het erfpachtrecht zonder uitsluitingsclausule had verkregen, dat zij laagopgeleid was en geen kennis had van andere rechtsstelsels, en dat het Russische huwelijksvermogensrecht anders is dan het Nederlandse. Ook stelde zij dat haar broer het appartement bewoont en dat toewijzing aan de gemeenschap ernstige gevolgen zou hebben. Het hof vond echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om toepassing van artikel 1:94 lid 2 BW Pro te beperken.
Het hof stelde vervolgens de waarde van het erfpachtrecht vast op circa €65.733, gebaseerd op een taxatie uit 2014 en wisselkoers. De vrouw moet de man de helft van deze waarde, €32.866,40, betalen wegens overbedeling. Verzoeken tot betaling van huurinkomsten en wijziging van kinderalimentatie werden afgewezen. De kosten van hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het erfpachtrecht valt binnen de gemeenschap en de vrouw moet de man compenseren met de helft van de waarde wegens overbedeling.