Uitspraak
[Z](hierna: verzoekster)
De procedure
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoekster, een besloten vennootschap, had hoger beroep ingesteld bij de belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Zij verzocht tweemaal om uitstel van de mondelinge behandeling op 3 december 2020 vanwege een civiele zitting op 17 december 2020, maar dit werd door het Hof afgewezen. Vervolgens verzocht verzoekster om wraking van de voorzitter van de zittingscombinatie, omdat zij meende dat door het afwijzen van het uitstel haar rechten werden geschaad.
De wrakingskamer overwoog dat het toewijzen van uitstel een procedurele beslissing betreft waarover geen oordeel door de wrakingskamer kan worden gegeven. Wraking kan niet worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen. De motivering van de afwijzing van het uitstelverzoek bevatte geen aanwijzingen voor vooringenomenheid, noch was er objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
Omdat verzoekster niet kon aantonen dat de rechterlijke onpartijdigheid was geschaad, werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 22 december 2020 door de wrakingskamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de zittingscombinatie is afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.