Uitspraak
1.De procedure
2.Beoordeling van het wrakingsverzoek
3.Beslissing
19 december 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Verzoeker heeft wraking gevraagd van de raadsheren Schaap, Van Loon en Fierstra van de Hoge Raad, omdat hij meende dat zij vooringenomen waren door het niet aanhouden of schorsen van zijn cassatiezaken en vanwege hun eerdere dienstbetrekking bij het Gerechtshof Amsterdam.
De Hoge Raad overweegt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid opleveren. De aangevoerde gronden van verzoeker betreffen interpretaties van Europese rechtsregels en procesrechtelijke standpunten die alleen in de cassatieprocedures zelf kunnen worden beoordeeld.
De mededeling over de datum van uitspraak vormt geen aanwijzing voor vooringenomenheid. Ook de eerdere werkzaamheden van twee raadsheren bij het Gerechtshof Amsterdam rechtvaardigen geen twijfel aan hun onpartijdigheid.
Daarom is het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. De beslissing is genomen door de Vierde kamer van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2014.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de raadsheren wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.