Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde2],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
From: [geïntimeerde2] < [geïntimeerde2] @hotmail.com>
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat centraal of [geïntimeerden] c.s. aansprakelijk zijn voor betaling aan [B] voor geleverde en geplaatste screens, dan wel dat de aannemer zelf opdracht heeft gegeven. De kantonrechter wees de vordering af omdat hij oordeelde dat [geïntimeerden] c.s. namens de aannemer hadden gehandeld. In hoger beroep betwisten zij dit en voeren zij aan dat zij in eigen naam hebben gecontracteerd zonder volmacht.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 3:70 BW Pro [geïntimeerden] c.s. tegenover [B] instaan voor de omvang van hun volmacht, tenzij [B] wist dat volmacht ontbrak of de inhoud volledig was medegedeeld. Het hof laat [geïntimeerden] c.s. toe bewijs te leveren dat de aannemer zelf opdracht gaf, wat een bevrijdend verweer vormt.
Indien [geïntimeerden] c.s. daarin slagen, zijn zij niet aansprakelijk voor betaling aan [B]. Zo niet, dan blijft hun aansprakelijkheid bestaan tenzij zij kunnen aantonen dat zij namens de aannemer met volmacht handelden of dat de aannemer de schijn van volmacht heeft gewekt. Het hof bepaalt dat het bewijs van deze feiten nader onderzocht zal worden, onder meer door getuigenverhoor.
De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd en beoordeeld. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 29 december 2020.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en staat [geïntimeerden] c.s. toe bewijs te leveren dat de aannemer zelf opdracht gaf.