Powerfield Realisatie & Exploitatie B.V. ontwikkelt zonneparken en had met de eigenaren van agrarische percelen reserveringsovereenkomsten gesloten om grond exclusief te reserveren voor de ontwikkeling van een zonnepark nabij Dokkum. Na verlenging van de reserveringsperiode ontstond onenigheid over verdere verlenging, waarna de eigenaren afzagen van verdere samenwerking en een optieovereenkomst met een derde sloten.
Powerfield vorderde bij de voorzieningenrechter onder meer dat de eigenaren de onderhandelingen zouden hervatten en dat zij de percelen niet aan derden mochten verkopen. Deze vorderingen werden afgewezen, en de eigenaren werden in het gelijk gesteld.
In hoger beroep vorderde Powerfield inzage in diverse stukken van de eigenaren, waaronder overeenkomsten met derden en correspondentie over onderhandelingen, om te onderzoeken of de eigenaren onrechtmatig hadden gehandeld of contractuele verplichtingen hadden geschonden. Het hof oordeelde dat deze stukken niet relevant waren voor de vordering van Powerfield, mede omdat de voorzieningenrechter reeds had vastgesteld dat een overeenkomst met een derde was gesloten en Powerfield geen zelfstandige vordering had ingesteld die op deze stukken voortbouwde.
Daarom wees het hof de vordering af wegens gebrek aan belang. De kostenbeslissing werd aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak, die naar de rol werd verwezen voor verdere behandeling.