Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
Zist,
Stichting,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een geschil over de benoeming van een bestuurder van een stichting die certificaten van aandelen uitgeeft. De rechtbank had op 28 maart 2018 een bestuurder benoemd, maar een certificaathouder die niet was opgeroepen in die procedure, werd pas op 1 mei 2019 bekend met die uitspraak. Deze certificaathouder stelde binnen drie maanden daarna hoger beroep in.
Het hof oordeelt dat op grond van art. 996 Rv Pro een vaste beroepstermijn van drie maanden geldt, ook voor belanghebbenden die de uitspraak niet kennen. De certificaathouder kan zich niet beroepen op de doorbrekingsjurisprudentie van de Hoge Raad, omdat die niet verenigbaar is met de ratio van art. 996 Rv Pro. Zelfs als die jurisprudentie van toepassing zou zijn, had het hoger beroep binnen veertien dagen na bekendwording van de uitspraak moeten worden ingesteld, wat niet is gebeurd.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en deelt het tegenverzoek in dat lot. Tevens wordt de certificaathouder veroordeeld in de proceskosten. Het hof wijst verder alle andere verzoeken af. De uitspraak is gedaan door mr. J.H. Kuiper, mr. I. Tubben en mr. J. Smit op 18 februari 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep en het tegenverzoek worden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.