Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing in hoger beroep
4.De slotsom
€ 6.322(2 punten x tarief V)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond centraal of de borgstelling door de echtgenoot van appellante en de daarop gebaseerde hypotheek op de echtelijke woning vernietigd konden worden wegens het ontbreken van toestemming van appellante. De borgstelling was verstrekt ten behoeve van de bedrijfsfinanciering van de vennootschap van haar echtgenoot.
Het hof overwoog dat volgens artikel 1:88 lid 5 BW Pro geen toestemming van de echtgenoot vereist is indien de borgstelling plaatsvindt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap waarvan de echtgenoot bestuurder en enig aandeelhouder is. Het hof achtte de lening en borgstelling binnen deze uitzondering vallend omdat de financiering noodzakelijk was voor de bedrijfsuitoefening. Daarnaast was appellante op de hoogte van de borgstelling, wat blijkt uit haar handtekeningen op het financieringsvoorstel en de akte van borgtocht.
Verder oordeelde het hof dat de hypotheekverstrekking niet nietig is wegens ontbreken van een titel of dwaling. Appellante wist dat de hypotheek verband hield met de borgstelling en verleende haar medewerking na uitleg door de notaris. De bank had geen bijzondere zorgplicht geschonden omdat de notaris de hypotheekakte toelichtte en appellante voldoende geïnformeerd was over de risico’s.
De grieven van appellante faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vernietiging van de borgstelling en hypotheek af.