Uitspraak
wonende in [woonplaats],
beide gevestigd in Aruba,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
- i) [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) is bij vonnis van 19 november 2009 op verzoek van Aruba Bank c.s. in staat van faillissement verklaard. [betrokkene] heeft hoger beroep tegen dit vonnis ingesteld.
- ii) Tussen enerzijds Aruba Bank c.s. als schuldeisers van [betrokkene] en anderzijds [verzoeker] als borg is op 19 april 2010 een overeenkomst van borgtocht gesloten. Daarin heeft [verzoeker] zich als borg voor [betrokkene] verbonden tot betaling van (in totaal) Afl. 52.959,87 aan Aruba Bank c.s. In de overeenkomst is onder meer vermeld dat [verzoeker] ervan op de hoogte is dat [betrokkene] in staat van faillissement verkeert en dat er tegen de faillietverklaring hoger beroep is ingesteld.
- iii) Op 20 april 2010 is de faillissementszaak in hoger beroep geroyeerd.
- iv) Bij brieven van 19 september 2011 aan Aruba Bank c.s. heeft de advocaat van [verzoeker] de vernietiging van de borgtocht ingeroepen wegens dwaling.
De omstandigheid dat de borgtocht is aangegaan door een particulier die – zoals het hof ten aanzien van [verzoeker] oordeelde – “een ervaren zakenman” is, maakt dit niet anders.
4.Beslissing
1 april 2016.