Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was gehuwd en na de echtscheiding werden activa en schulden verdeeld, waarbij hij aandelen met een aanmerkelijk belang en hypothecaire schulden kreeg toegedeeld. De rechtbank oordeelde dat alleen het deel van de rente over de hypothecaire schuld dat naar rato van de waarde van de aandelen kan worden toegerekend aftrekbaar is als kosten ter behoud van het aanmerkelijk belang. Daarnaast werd geoordeeld dat de fictieve rente over de overbedelingsvordering niet aftrekbaar is als uitgave voor onderhoudsverplichting omdat er geen daadwerkelijke kosten zijn gemaakt.
Belanghebbende stelde primair dat de gehele rente aftrekbaar was en subsidiair dat een deel daarvan aftrekbaar was. De inspecteur stelde dat slechts een deel van de rente aftrekbaar was en dat de fictieve rente niet aftrekbaar was. De rechtbank volgde de inspecteur grotendeels en corrigeerde de aftrekposten. Het hof bevestigde deze uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De rechtbank motiveerde haar oordeel onder meer met verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad over herbeoordelingsmomenten bij verkrijgingen en de verhouding tussen schulden en activa. Ook werd het belang van daadwerkelijke lasten voor aftrek benadrukt. De afspraken in het echtscheidingsconvenant, waarin geen rente werd bedongen over de overbedelingsvordering, werden als bindend beschouwd.
Het hof nam de overwegingen van de rechtbank over en wees het hoger beroep af. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen. De uitspraak werd op 25 februari 2020 in het openbaar gedaan door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat alleen de rente over het deel van de hypothecaire schuld dat aan het aanmerkelijk belang is toe te rekenen aftrekbaar is en dat fictieve rente over de overbedelingsvordering niet aftrekbaar is.