Uitspraak
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn ouders van een minderjarige, met gezamenlijk gezag en hoofdverblijf bij de vrouw. Na ontbinding van hun huwelijk is bij beschikking van 20 juli 2017 de kinderalimentatie vastgesteld op €350 per maand. De man verzocht bij de rechtbank om verlaging naar €200 per maand, maar dit verzoek werd afgewezen.
In hoger beroep betoogt de man dat de alimentatie onjuist is vastgesteld wegens onjuiste of onvolledige gegevens en gewijzigde omstandigheden, onder meer door een vermeende mediationovereenkomst en gewijzigde inkomenssituatie. Het hof overweegt dat het op de verzoekende partij rust om een degelijke onderbouwing te leveren, wat de man niet heeft gedaan.
De man heeft onvoldoende financiële stukken overgelegd om zijn draagkracht en inkomen adequaat aan te tonen, met name ontbreekt inzicht in de jaren voorafgaand aan 2016 en ontbreekt een draagkrachtberekening. Ook de vermeende mediationovereenkomst is niet aannemelijk gemaakt. Het hof wijst het verzoek af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlaging van de kinderalimentatie af en bekrachtigt de eerdere beschikking.