Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde2] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat een burenrechtelijk geschil centraal tussen de buurman en de buren over de naleving van een vaststellingsovereenkomst betreffende dakterrassen en hekwerken. De buurman had op zijn dakterras een hek geplaatst dat volgens de buren te dicht bij de erfgrens stond, en tevens waren er boeiboorden die over de erfgrens uitstaken.
De buren vorderden ontbinding van de vaststellingsovereenkomst en verwijdering van het hek en de boeiboorden. De rechtbank oordeelde dat de buurman tekort was geschoten in de nakoming, waardoor ontbinding gerechtvaardigd was. Het hof bevestigt dit oordeel en gaat uitvoerig in op de uitleg van de vaststellingsovereenkomst, waarbij het de uitleg van de buurman verwierp dat de afstand van het hek anders moest worden gemeten.
Verder oordeelt het hof dat de boeiboorden onrechtmatig zijn aangebracht voor zover zij verder uitsteken dan de oude situatie vóór 2002. De buurman wordt veroordeeld om binnen veertien dagen de boeiboorden aan te passen. De kosten van het hoger beroep worden aan de buurman opgelegd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vaststellingsovereenkomst is ontbonden en de buurman moet het hek terugplaatsen tot 2 meter van de erfgrens en de boeiboorden aanpassen.