Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
Uitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende stelde bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €405.000 voor de woning aan de [a-straat] 37 te [Z], en voerde aan dat de waarde €337.000 zou moeten zijn. De heffingsambtenaar handhaafde de hogere waarde, waarop belanghebbende in beroep ging bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de zitting op 3 oktober 2019 werd vastgesteld dat de woning een inhoud heeft van 382 m3, gelegen op een perceel van 535 m² met een kleine ‘overtuin’. Belanghebbende voerde aan dat de woning eenvoudig is afgewerkt, met scheurvorming, en dat de garage van het vergelijkingsobject onjuist was gewaardeerd. Ook stelde hij dat de vorm van het perceel de bruikbaarheid van de achtertuin beperkt, wat onvoldoende in de waardering was meegenomen.
Het Hof oordeelde dat het taxatieverslag van €337.000 onjuist was en niet bindend voor de heffingsambtenaar. De lagere staat van onderhoud en de minder bruikbare tuin werden voldoende gecompenseerd in de waardering. De berekening van belanghebbende omtrent de garagehoogte werd niet gevolgd. Een eerder ingetrokken grief over waterverdedigingswerken mocht niet opnieuw worden ingebracht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen griffierechtvergoeding of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €405.000 bevestigd.