ECLI:NL:GHARL:2020:1832
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M. van Schuijlenburg
- A. Huizenga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van sanctiebeschikking wegens gebrek aan vermeld voorschrift in inleidende beschikking
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 2 maart 2020 uitspraak gedaan in hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De betrokkene, vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. [B], had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die op 23 mei 2019 een sanctie had opgelegd van € 95,- voor het laten staan van een voertuig in een park. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene gegrond verklaard, maar de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. De betrokkene verzocht om vergoeding van proceskosten, wat door de kantonrechter werd afgewezen.
Het hof oordeelde dat de inleidende beschikking niet voldeed aan de eisen van artikel 4 van de Wahv, omdat daarin niet was vermeld welk wettelijk voorschrift was overtreden. Dit gebrek leidde tot schending van de belangen van de betrokkene, die zich daardoor niet adequaat kon verweren. Het hof stelde vast dat het overtreden voorschrift pas in hoger beroep door de advocaat-generaal werd genoemd, wat de betrokkene in haar verdediging heeft benadeeld. Daarom kon de sanctiebeschikking niet in stand blijven.
Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de sanctiebeschikking. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, tot een bedrag van € 787,50. Dit arrest is gewezen door mr. M. van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. A. Huizenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.