Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2009 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2017 gescheiden. Het geschil betreft de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, partner- en kinderalimentatie.
De vrouw vordert betaling van bedragen uit de verkoopopbrengst van de auto, de onderneming en een hogere partneralimentatie. De man verzet zich tegen deze vorderingen en stelt onder meer een lagere kinderalimentatie en nihil partneralimentatie voor.
Het hof oordeelt dat de draagkracht van de man is gewijzigd door een lager bedrijfsresultaat en past de alimentatie dienovereenkomstig aan. De verdeling van de leningen aan familieleden wordt deels toegewezen, waarbij betaling in termijnen wordt toegestaan zonder rente. De verkoopopbrengst van de auto is correct verrekend met belastingaanslagen. De bestreden beschikking wordt op enkele punten gewijzigd en verder bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijzigt de alimentatieverplichtingen en bepaalt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, met betaling van leningen in termijnen zonder rente.